Provincie Antwerpen

Monument en restauratie

De stoomzagerij is een beschermd monument in eigendom van de gemeente Laakdal. Kijk hier voor meer informatie. 

Historiek

De houtzagerij Beyens werd in de 20e eeuw opgericht door Alfons Beyens. In 1902-1903 werd de eerste machine, een ‘gaz-pauvre’ aangekocht. Deze machine op cokes wekte energie op om een vuurmolen aan te drijven. Alfons was dus oorspronkelijk molenaar. Hij maalde het graan van de landbouwers van het dorp en omstreken en bood op die manier een alternatief voor duurdere molenaars. De zaak werd zeer succesvol.
De boerenbevolking had echter ook nood aan gezaagd hout. Daarop besloot Alfons Beyens een boomzaag aan te kopen. In de periode tot wereldoorlog I werd de zagerij opgebouwd.

De ‘gaz-pauvre’ was voor de dubbele activiteit van malen en zagen al snel niet meer voldoende. In 1921 werd een tweede en krachtigere ‘gaz-pauvre’ aangekocht. Al vrij snel kwam er echter al een tweede boomzaag bij. In het begin bleven de activiteiten beperkt tot het zagen van hout, maar geleidelijk groeide de onderneming uit tot een volwaardige zagerij.

In 1944 werd een stoommachine aangekocht. Deze machine leverde meer energie waardoor de productie kon verhoogd worden. echter deze machine en de overbrenging van de aandrijving vereiste een gehele reorganisatie. Er werd een functioneel bedrijf uitgebouwd bestaande uit 8 traveeën, zoals we dat vandaag nog ervaren.

In 1953 was de glorietijd van de stoommachine voorbij en de stoomzagerij schakelde over op elektriciteit. De houtzagerij kende zijn bloeiperiode in de jaren zestig. Door verschillende omstandigheden bouwde de familie de houtzagerij in Vorst af. Ook de ligging in een woonwijk maakte het onmogelijk de zagerij verder uit te bouwen. Vanaf eind jaren zestig vielen de activiteiten definitief stil in de oude zagerij.

Bescherming en restauratie

De Stoomzagerij is vandaag centraal gelegen in een woonwijk, ten westen van het centrum van Klein Vorst. Op 16 juli 1993 werd de stoomzagerij als monument beschermd. De site werd echter een te grote last voor de toenmalige eigenaars en de gemeente Laakdal kocht op 28 december 2001 de site aan. De eerste travee - met stoomketel, schoorsteen en droogkamers - en het woonhuis bleven in het bezit van de familie Beyens.
Vanaf 2002 werd een architectenbureau onder de arm genomen om de herbestemming vlot te trekken. Hierbij werden pistes bewandeld zoals een houtbelevingscentrum en een bibliotheek.

In 2004 werd de bescherming nog uitgebreid tot de twee westelijke houten traveeën, de stofcycloon en –silo’s, de aanliggende hal aan achterzijde alsook de rolbruggen met hun structuren aan de voorkant en de achterkant. Het verval zette zich evenwel voort, met een dwangsom voor de eigenaar tot gevolg.

In 2010 tenslotte werd de bescherming van het complex gedeeltelijk opgeheven vanwege de gevorderde staat van verval, tegen de wil van de KCML. Dit betekende dat de houten traveeën, de aanliggende hal en de rolbruggen aan de voor- en achterkant van de zagerij niet dienden te worden behouden. De stenen traveeën met stoommachine die van vóór de Eerste Wereldoorlog dateren, alsook andere essentiële technische onderdelen en de karakteristieke bakstenen schoorsteen moesten wel bewaard blijven.

Onroerend Erfgoed leverde vervolgens een sloopvergunning af voor de niet meer beschermde onderdelen op voorwaarde dat de andere secties werden opgewaardeerd. In 2012 werd een gedeelte van de zagerij aldus gesloopt. 

Het restauratiedossier omtrent de stoomzagerij werd eind 2014 ingediend bij het Agentschap Onroerend Erfgoed. Op 9 augustus 2017 heeft minister Bourgeois op basis van deze projecten beslist om de restauratiepremie, met een bedrag van 679.988,94€, toe te kennen.

Binnenkort zal de stoomzagerij gerestaureerd worden met een erfgoedpremie van de Vlaamse overheid.